Onze Diabetesconsulente Chantal Aartsen begeleidt honden en katten met suikerziekte. Belangrijk is namelijk goede voorlichting over de ziekte. Ook geeft ze ‘prik’instructie om zo de techniek goed aan te leren en de behandeling stressloos te laten verlopen. De suikerpatiënt komt vervolgens op gezette tijden om het bloedsuikergehalte te controleren en eventuele aanpassingen te maken in de dosis insuline.
Er is sprake van suikerziekte als de hond of kat gedurende langere tijd teveel suiker, oftewel glucose, in het bloed heeft. Van alle honden in Nederland heeft naar schatting 0.3 tot 0.6% suikerziekte, bij katten ligt dit wat hoger: tussen de 0.25 en 1%.
Deze ziekte wordt veroorzaakt doordat de alvleesklier niet meer in staat is voldoende van het hormoon insuline te maken. Insuline zorgt ervoor dat glucose vanuit het bloed in de lichaamscellen kan komen. Samen met enkele anders stoffen regelt insuline dus de bloedsuikerspiegel. Produceert de alvleesklier onvoldoende insuline dan stijgt het bloedsuiker gehalte enorm.
Symptomen van suikerziekte;
Suikerziekte is in 2 groepen te verdelen;
Risicofactoren:
Suikerziekte diagnosticeren:
Voor de diagnose van suikerziekte is het verhaal van de eigenaar zeer belangrijk. Daarnaast moet er onderzoek gedaan worden om vast te stellen of het glucosegehalte inderdaad verhoogd is. Dit onderzoek kan bestaan uit een urineonderzoek gecombineerd met bloedonderzoek.
De belangrijkste doelen die nagestreefd worden bij de behandeling van suikerziekte zijn:
Om suikerziekte te behandelen , moeten we, aangezien de alvleesklier zelf geen insuline meer maakt, dit zelf aan het dier toedienen. Dit stuit op een paar praktische problemen, welke echter in de praktijk meestal goed zijn op te lossen. Omdat het hormoon insuline uit eiwit bestaat, kan dit niet als tablet worden toegediend, omdat het dan net als andere eiwitten uit de voeding in het maag-darmkanaal wordt verteerd. Dit toedienen moet dus per injectie gebeuren. Iets wat de eigenaar van het dier aanvankelijk bezwaarlijker vindt dan het huisdier zelf!
Aangezien de insuline behoefte van moment tot moment kan verschillen, moet de insuline 2x per dag worden toegediend. Tevens moet bij het begin zo'n 2x per week de glucose gecontroleerd worden op de praktijk. Als eenmaal de juiste dosis insuline is gevonden, zal het dier snel herstellen. Het dier wordt levendiger en het vele drinken en plassen zal afnemen. Ook kan het aantal controles nu worden verminderd.
Dieetadvies;
De samenstelling en hoeveelheid van de voeding moeten dagelijks hetzelfde zijn. Bij de hond worden 2 gelijke porties gegeven op vaste tijden. Elk portie wordt net voor de insuline-injectie gegeven. Als het dier zijn dagelijkse hoeveelheid in vele kleine maaltijdjes per dag tot zich neemt (zoals een kat graag doet), mag het voer de hele dag beschikbaar zijn.
Voor honden wordt er aangeraden om een dieet te nemen met een hoog vezelgehalte.
Voor katten gaat de voorkeur uit naar een koolhydraatarm en eiwitrijk dieet.
Bewegingsadvies;
Vooral bij te dikke katten die moeten afvallen wordt er geadviseerd om de kat tot meer beweging uit te dagen door met ze te spelen. Hiervoor zijn in de dierenwinkels volop speeltjes verkrijgbaar.
Voor de hond is het belangrijk dat de hoeveelheid beweging (=wandelingen) per dag ongeveer gelijk blijft. Aangezien de hond iedere dag een vaste hoeveelheid voer (=energie) en insuline krijgt.
Hypoglycemie is een ernstige complicatie die kan worden veroorzaakt door een relatief of absoluut te hoge insulinedosering, te lage voedselinname, braken en/of te veel inspanning.
Verschijnselen zijn; honger, rusteloosheid, rillen, wankelen, desoriëntatie, toevallen en uiteindelijk coma.
Behandeling;
Meestal kan het dier door een regelmatig leefpatroon en door behandeling met de insuline een vrijwel normaal leven leiden. De levensverwachting van een goed ingestelde dier met suikerziekte is dan ook vergelijkbaar met die van een dier zonder deze ziekte.
Voor vragen kunt u altijd bellen!!