Uw eigen observaties aan uw dier en het lichamelijk onderzoek door de dierenarts vormen nog steeds de belangrijkste onderdelen van het onderzoek. Daarmee kan vaak worden vastgesteld wat er scheelt aan uw dier.
In een aantal gevallen dient er aanvullend onderzoek gedaan te worden.Dit kan bestaan uit urine- bloed- of ontlasting-onderzoek en geeft veel informatie over het functioneren van de inwendige organen. Ook het effect van een behandeling bij de ziekte van Cushing, schildklierproblemen en epilepsie wordt gemeten in het bloed.
Met name honden ontwikkelen op latere leeftijd vaak tumoren (goed- en kwaadaardig) in de huid en het onderhuidse weefsel. Om inzicht te krijgen in de aard van het gezwel, nemen we voorafgaand aan een operatie vaak een zgn DNAB af. Deze afkorting staat voor Dunne Naald Aspiratie Biopt. Hierbij worden in de naald cellen verzameld, uitgesmeerd op een voorwerpglaasje en na kleuring microscopisch onderzocht.
Meer inzicht in huidaandoeningen kan worden verkregen door microscopisch onderzoek van huidafkrabsels, allergietesten in het bloed en door biopten.
De dierenarts wil soms een beeld hebben van de binnenkant van het dier. Via een röntgenfoto en/of echografie kan dat worden verkregen.
In dierenkliniek de Bouverije hebben we de beschikking over digitale röntgenapparatuur. Bij hartklachten wordt een ECG gemaakt. Wij meten regelmatig de bloeddruk met name bij oudere katten en kunnen daardoor soms ernstige klachten voorkomen.